Het voorkomen van dode takken geeft aan dat er op enig niveau stremmingen zijn
in de sapstoom van de boom. Takken kunnen afsterven door lichtgebrek waardoor
er geen fotosynthese en geen osmose mogelijk is waardoor de druk in de vaten
wegvalt.
Slechte bodemomstandigheden, wijziging van de grondwaterstand, lekken in
aardgasleidingen of stookolietanks of een andere vorm van bodemvergiftiging
geven aanleiding tot het vormen van dode twijgen in de kroon.
Verder zijn er nog de soortspecifieke ziekten van het vaatstelsel, zoals de
iepenziekte bij iepen, die zich in een pril stadium uiten doordat de boom dode
twijgen in de kroon vormt. Bij de iepeziekte hebben deze twijgen een
karakteristiek uiterlijk en worden vaantjes genoemd.
Tenslotte zijn er nog de aantastingen die plaatselijk sapbanen kunnen
blokkeren. |
|